Energiegevers & Energievreters

HOE BRENG JE JOUW PERSOONLIJKE ENERGIEVRETERS EN ENERGIEGEVERS IN KAART?


Het belangrijkste is dat er een balans is tussen de zaken die je energie kosten en die je energie opleveren. Op zoek naar de perfecte balans houdt in dat jij jouw energievreters en energiegevers op een rijtje moet zetten.


De volgende oefening kan je daarbij helpen:

  1. Pak een stuk papier en deel deze op in twee kolommen. Schrijf boven de linker kolom energiegevers (dus: waar krijg je energie van) en boven de rechter kolom energievreters (dus: wat kost je energie).
  2. Ga nu de twee kolommen invullen. Je kunt zelf kiezen of je eerst de energiegevers of de energievreters beschrijft. Je kan ze ook kriskras door elkaar invullen. Het kan ook zo zijn dat je energiegever je op een energievreter brengt en andersom. Denk hierbij aan activiteiten, situaties personen, dagelijkse bezigheden en voeding. Blijf schrijven, zonder te stoppen! Neem echt tien minuten de tijd en denk nergens anders aan. Dit helpt je om je onderbewustzijn te activeren. Je kunt grote of kleine onderwerpen nemen, van het parkeerprobleem in de stad tot de reorganisatie op je werk. Schrijf alles op wat in je opkomt.
  3. Leg je lijstje weg. Laat de lijst even een aantal uur of een dag liggen. Kijk er op een later moment nog eens naar en kijk of je nog meer onderwerpen kunt toevoegen. Pas als je zeker weet dat je lijst compleet is en dus niks meer weet, ga je naar de volgende stap.
  4. Geef ieder onderwerp een cijfer. Maak nu voor iedere onderwerp op de lijst duidelijk hoeveel energie het je geeft of hoeveel energie het je kost. Dit kan je doen door eerst de energiegevers te beoordelen op een schaal van 1-10. 1 = geeft me een beetje energie en 10 = geeft me superveel energie. Doe hetzelfde voor de energievreters 1 = vreet een beetje energie en 10 = vreet superveel energie.
  5. Pak nu een nieuwe stuk papier. Deel dit papier weer op in dezelfde twee kolommen. Werk van boven naar beneden. Bovenin zet je de meest energiegevende en de meest energievretende dingen. Laat de mate waarin iets energie geeft of vreet aflopen naar beneden.
  6. Maak een plan. Begin bij voorkeur met onderwerpen waar je veel last van hebt en die relatief eenvoudig zijn aan te pakken. Pak niet al je punten tegelijk aan, begin bijvoorbeeld met twee punten. Kijk ook naar je energiegevers. Kun je deze vergroten? Dit is vaak makkelijker dan een energievreter verkleinen. Een kleine stap kan al een groot verschil maken. Ga je nu iedere week op bezoek bij je zieke tante? Maak hier één keer per twee weken van en bel eventueel tussendoor een keer.
  7. Als je merkt dat de eerste twee punten resultaat opleveren, herhaal deze oefening dan. Je hoeft niet de hele lijst opnieuw te schrijven, maar bedenk of er nieuwe situaties zijn waar je iets aan wilt veranderen.